Delen
29 okt 1999

Rb Utrecht: Terechte sluiting coffeeshop op basis van nulbeleid.

In driehoeksoverleg is vastgesteld dat gemeente een nuloptiebeleid gaat voeren. Ook zonder schending van de AHOJ-G criteria mocht de burgemeester overgaan tot zijn sluitingsbevel. De omstandigheid dat een bouwvergunning is verleend voor bouwactiviteiten in het pand kan niet als signaal worden aangemerkt waaruit blijkt dat de coffeeshop wordt gedoogd.

Instantie

Rechtbank Utrecht, president sector bestuursrecht

Rolnummer

AWB 99/1748 VV; 99/1737

Wetsartikelen

Opiumwet art. 13b

Beschrijving

Bij besluit van 23 augustus had de burgemeester de bezwaren van X. tegen zijn besluit, waarin X. onder dreiging van toepassing van bestuursdwang was aangeschreven zijn coffeeshop te sluiten, ongegrond verklaard.

De President overweegt dat er in de coffeeshop verkoop van soft-drugs plaatsvindt. Op grond van art. 13b Opiumwet kon de burgemeester dan ook overgaan tot de toepassing van bestuursdwang.

Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat daarbij rekening moet worden gehouden met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Een duidelijk, kenbaar lokaal coffeeshopbeleid wordt hierbij onmisbaar geacht. In de nota Coffeeshopbeleid heeft de gemeente gemotiveerd gekozen voor een nuloptie. Er zijn geen aanwijzingen dat X. de AHOJ-G criteria overschrijdt. De richtlijnen van het openbaar ministerie gaan er echter vanuit dat als een gemeente, na driehoeksoverleg, heeft gekozen voor de nuloptie, ook zonder overschrijding van die criteria kan worden opgetreden tegen vestiging van coffeeshops. In het driehoeksoverleg is vastgesteld dat de gemeente een nulbeleid gaat voeren. Ook zonder schending van de AHOJ-G criteria mocht de burgemeester in dit geval dus tot zijn sluitingsbevel overgaan.

Burgemeester heeft geen overleg gevoerd met de besturen van de in de omgeving liggende gemeenten. Gebleken is echter dat hij zich rekenschap heeft gegeven van het beleid in de buurtgemeenten bij het vaststellen van de nuloptie.

De burgemeester heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat hij eerst door de invoering van artikel 13b Opiumwet over voldoende juridische basis beschikte om een sluitingsbevel te doen uitgaan. Niet gebleken is dat de burgemeester in de tussentijd enig signaal heeft afgegeven waaruit blijkt dat hij de coffeeshop verder wenste te gedogen. De omstandigheid dat blijkbaar een bouwvergunning is verleend voor de bouwactiviteiten in het pand kan niet als een zodanig signaal worden aangemerkt. Een dergelijke beslissing geschiedt op grond van het regime van de Woningwet.

Verder overweegt de President nog dat voor toepassing van artikel 13b van de Opiumwet overlast geen vereiste is en dat gelet op het feit dat de gemeente van begin af aan zich verzet heeft tegen de aanwezigheid van de coffeeshop, de enkele omstandigheid dat de coffeeshop reeds enige jaren open is niet als een bijzondere omstandigheid kan worden beschouwd.

Beroep ongegrond verklaard. Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Vindplaats

  • Deze uitspraak is niet gepubliceerd.