RvS: Onterechte vergunningverlening coffeeshop. Burgemeester verricht onvoldoende onderzoek naar overlast.
Bezwaar tegen vestiging coffeeshop. Vestiging is in strijd met het bestemmingsplan en de burgemeester heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar door omwonenden gestelde overlast in de buurt.
Instantie
Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak
Rolnummer
200402803/1Wetsartikelen
- APV Kerkrade art. 2.3.4.10, aanhef en onder a en d
- Bestemmingsplan Kerkrade "Buitengebied"
Beschrijving
De burgemeester besluit op 23 januari 2002 aan coffeeshophouder A een vergunning voor de exploitatie van een droge horeca-inrichting en een gedoogbeschikking voor de exploitatie van een coffeeshop te verlenen. Omwonende X maakt hiertegen bezwaar. In beroep beslist de rechtbank dat de beslissing op bezwaar op twee punten gebreken vertoont. De vestiging van een coffeeshop op het bewuste adres is in strijd met het bestemmingsplan en de burgemeester heeft onvoldoende onderzoek verricht naar de door omwonende X gemelde overlast in deze straat.
Ten aanzien van het bestemmingsplan voert de burgemeester in hoger beroep aan dat de bestemming van het perceel ten tijde van de aanvraag een andere was dat de bestemming 'detailhandel' die het volgens het inmiddels geldende bestemmingsplan "Buitengebied" heeft. De Afdeling stelt echter vast dat het bestemmingsplan "Buitengebied" in werking is getreden op 29 november 2001 en dat bij de beslissing op bezwaar dus moest worden uitgegaan dat het perceel de bestemming 'detailhandel' had. De Afdeling deelt het oordeel van de rechtbank dat de burgemeester in zijn beslissing op bezwaar ten onrechte niet heeft beoordeeld of de exploitatie als coffeeshop van het bewuste pand met deze bestemmig in overeenstemming was.
Ten aanzien van het onderzoek naar de aangevoerde overlast in deze straat is de Afdeling van oordeel dat de burgemeester in het licht van het APV-voorschrift (art. 2.3.4.10, aanhef en onder a) de door omwonenden gestelde overlast in beschouwing had moeten nemen bij de beantwoording van de vraag of door de aanwezigheid van de coffeeshop het woon- en leefklimaat in de naaste omgeving ervan op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloedt. De Afdeling deelt ook op dit punt het oordeel van de rechtbank dat de burgemeester bij het nemen van de beslissing op bezwaar onvoldoende onderzoek heeft verricht naar de gestelde overlast.
Hoger beroep gegrond.



