Rb Roermond: Terechte vergunningverlening coffeeshop. Coffeeshop past in het beleid.
Voorlopige voorziening. Terecht exploitatievergunning verleend voor coffeeshop, de vestigingslokatie past in het beleidsvoornemen en voldoet aan de gestelde criteria.
Instantie
Rechtbank Roermond, sector bestuursrecht
Rolnummer
04/962 HOREC V1, 04/963 HOREC V1Wetsartikelen
APV Venlo art. 2:21 onder a, tweede lid, art. 2:22, art. 2>26
Beschrijving
Verzoekers zijn omwonenden van een locatie waarvoor de burgermeester (verweerder) bij besluit van 16 juli 2004 een exploitatievergunning voor het exploiteren van twee coffeeshops heeft afgegeven. Verzoekers hebben in de voorbereidende fase van dit besluit bedenkingen naar voren gebracht. Zij verwachten overlast te ondervinden van de vestiging van de coffeeshop, en tevens verwachten zij een waardevermindering van hun woningen door de komst van een coffeeshop op de betreffende locatie.
Het besluit van verweerder is verleend in het kader van het plan Hektor, een in 2001 gestarte integrale aanpak van drugsoverlast en -criminaliteit. Onderdeel van dit plan was een onderzoek naar de vestiging van een of meerdere coffeeshops aan de rand van de stad met als doel de overlast van grote bezoekersstromen in het stadscentrum en een woongebied tegen te gaan en het aantal illegale verkooppunten te verminderen. Er zijn criteria ontwikkeld waaraan zo'n locatie zou moeten voldoen. Uiteindelijk lag er een raadsvoorstel om twee coffeeshops uit het woongebied Q4 te verplaatsen naar de locatie waar het in dit geding om gaat. De locatie voldoet aan de gestelde criteria.
De voorzieningenrechter geeft een voorlopig oordeel over de hoofdzaak. Vastgesteld wordt dat de inrichting op grond van de APV vergunningplichtig is en dat de burgemeester bevoegd is deze vergunning te verlenen. Bij afweging van de in aanmerking te nemen belangen heeft verweerder naar het oordeel van de voorzieningenrechter in redelijkheid tot het verlenen van de gevraagde vergunning kunnen besluiten. Centraal staat hierbij de beoordelingsvrijheid van het bevoegd gezag, art. 2:26, tweede lid APV bepaalt dat de vergunning kan worden geweigerd indien naar het oordeel van het bevoegd gezag door de aanwezigheid van de inrichting de openbare orde wordt aangetast en/of het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting nadelig wordt beïnvloed.
Bij de voorbereiding van het besluit heeft verweerder de nodige kennis vergaard omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen (art. 3:2 Awb). Ook heeft een zorgvuldige afweging van de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen plaatsgevonden (art. 3:4 Awb). "Daartoe is in aanmerking genomen dat de vestiging van de onderhavige, perifeer gelegen, coffeeshops een uitwerking is van het door verweerder geformuleerde beleidsvoornemen om de overlast van jeugdige personen uit het buitenland in het stadscentrum en met name in het Q4-gebied in te perken. De rechter acht dit beleid niet kennelijk onjuist of onredelijk. De onderhavige uitplaatsing past binnen het (...) beleid en de vestiging voldoet ook aan de door verweerder opgestelde criteria alternatieve gedoogde coffeeshops, waaronder de locatiecriteria. Gelet op het grote aantal - strikte - voorwaarden, dat aan de vergunningverlening is verbonden en de (overige) maatregelen die door vergunninghouder zijn genomen om overlast bij bezoekers te voorkomen, kan het bestreden besluit naar het voorlopig oordeel van de rechter de beperkte toets doorstaan."
Ten aanzien van de door verzoekers gevreesde waardevermindering van hun woningen waarvoor geen schadevergoeding wordt toegekend, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het in beginsel aan betrokkenen is om aannemelijk te maken dat zij door een maatregel zodanig zwaar worden getroffen dat het uit die maatregel voortvloeiend nadeel redelijkerwijs niet te hunnen laste dient te blijven. Het is dus niet aan de gemeente om dit op voorhand te onderzoeken. Omdat verzoekers vooralsnog onvoldoende bewijs hebben aangedragen om de gevolgtrekking te rechtvaardigen heeft verweerder in redelijkheid het standpunt kunnen innemen dat de bestreden besluiten konden worden genomen zonder nadeelcompensatie te bieden.
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen
Vindplaats
- Deze uitspraak is niet gepubliceerd.



