Delen
20 aug 2009

Rb Middelburg: Voldoende grondslag voor toepassen spoedeisende bestuursdwang - brandgevaar

Het dagelijks bestuur van de gemeente Terneuzen heeft een hennepkwekerij laten verwijderen uit een woning. Aan eiser/eigenaar en bewoner is vervolgens medegedeeld dat hij als overtreder van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, het bouwbesluit en de Bouwverordening wordt aangemerkt en dat de brandonveilige situatie onmiddelijk optreden noodzakelijk maakte. De kosten van de bestuursdwang komen voor rekening van eiser.

Instantie

Rechtbank Middelburg

Rolnummer

Awb 08/1075

Wetsartikelen

Als grondslag is gebruikt het ter plaatse geldende bestemmingsplan, het bouwbesluit en de Bouwverordening

Beschrijving

Volgens jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State mag een bestuursorgaan een vaste gedragslijn die niet is neergelegd in een beleidsregel (zoals een hennepconvenant) volgen, mits het bestuursorgaan de keuze daarvoor bij ieder individueel besluit opnieuw motiveert.

Aan de orde is de vraag of in de woning van eiser brandgevaar bestond als gevolg van de in werking zijnde hennepkwekerij, zodat hem geen termijn behoefte te worden gegund om zelf een einde te maken aan de illegale situatie.

Volgens het ontruimingsrapport met bijbehorende foto’s waren er transformatoren op hout gemonteerd, open aansluitingen en veel samengebonden elektriciteitsdraden. In een verklaring veiligheidsrisico, opgesteld door het energiebedrijf en in een algemene notitie veiligheidsrisico’s van elektrotechnische aansluitingen bij illegale hennepkwekerijen is uiteengezet dat door overbelasting van het ondeugdelijke materiaal en door onvoldoende beveiliging vonkvorming en oververhitting kan ontstaan. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met de genoemde stukken voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er brandgevaar bestond, wat voldoende grondslag opleverde voor spoedeisend optreden.

Indien zou zijn volstaan met het afsluiten van de elektriciteit zou de kans bestaan dat eiser zijn illegale activiteiten zou voortzetten, waardoor opnieuw brandgevaar zou ontstaan. De rechtbank verwerpt daarom het standpunt van eiser dat het voldoende zou zijn geweest om de elektriciteit uit te schakelen. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in de jurisprudentie van de Afdeling (LJN: BD8872).

Vindplaats

Op www.rechtspraak.nl onder LJN: BJ6373