Delen
12 aug 2009

RvS: Terecht kostenverhaal op verhuurder

Het dagelijks bestuur van de deelgemeente Charlois (gemeente Rotterdam) heeft bij besluit van 2 juli 2007 de kosten van het beëindigen van het gebruik van het pand voor hennepteelt terecht in rekening gebracht bij de woningverhuurder.

Instantie

Raad van State

Rolnummer

200808097/1/H1

Wetsartikelen

Als grondslag is gebruikt artikel 5:25 Awb (kosten verbonden aan bestuursdwang) en artikel 4 lid 1 Bebouwingsvoorschriften (alleen voor bewoning ingerichte en bestemde bebouwing).

Beschrijving

Appelante betoogt dat de rechtbank, door te accepteren dat zij als overtreder is aangemerkt, heeft miskend dat zij het pand op het perceel had verhuurd aan de huurder en dat deze zonder haar medeweten daar een hennepkwekerij heeft opgericht.

Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Bebouwingsvoorschriften, gelezen in verbinding met artikel 2, eerste lid, van deze voorschriften en met artikel 1 van de voorschriften van de verzamelherziening, is het verboden gronden geheel of gedeeltelijk te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de bestemming 'gesloten woningbouw'. De rechtbank heeft terecht geen grond gezien voor het oordeel dat het dagelijks bestuur zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat appellante het pand heeft laten gebruiken in strijd met de ter plaatse geldende bestemming. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij niet heeft kunnen weten dat het pand als hennepkwekerij werd gebruikt. Van haar mocht worden gevergd dat zij zich tot op zekere hoogte informeerde over het gebruik dat van de door haar verhuurde woning werd gemaakt.

De vergelijking met de door appellante vermelde uitspraak van de Afdeling van 25 juni 2008 in zaak nr. 200707082/1 zaak gaat niet op, nu het in die zaak geen professionele verhuurder betrof. Appellante is terecht wel als zodanig aangemerkt. Dat appellante, naar gesteld, 25 woningen verhuurt en slechts één werknemer in dienst heeft, maakt dat niet anders. Bovendien heeft aangeschrevene in die zaak onweersproken gesteld dat zij de woning in de periode dat zij deze had onderverhuurd verschillende keren van buiten heeft geïnspecteerd en daarbij geen aanwijzingen voor een hennepkwekerij heeft waargenomen, terwijl appellante, naar gesteld, niet naar het gebruik van het pand heeft geïnformeerd.

Vindplaats

Op rechtspraak.nl onder LJN: BJ5096