RvS: Terechte toepassing bestuursdwang tot sluiting van illegale coffeeshop op grond van bestemmingsplan.
Het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom schrijven appellanten onder oplegging van een dwangsom aan het met de woonbestemming strijdige gebruik van de bovenwoning van een pand te beëindigen. Vanuit de bovenwoning worden softdrugs, althans verdovende middelen, verkocht.
Instantie
Raad van State, afdeling Bestuursrechtspraak
Rolnummer
200604748/1Beschrijving
Voorts heeft het college meegedeeld dat onder dit verbod mede wordt verstaan het houden van een voorraad verdovende middelen ten behoeve van de strijdige activiteiten en dat de exploitatie van de illegale coffeeshop dient te worden beëindigd.
Appellanten ontkennen niet dat in de bovenwoning softdrugs worden verkocht. Het gebruik dat aldus van de bovenwoning wordt gemaakt, is in strijd met artikel 3, eerste lid, van de voorschriften van het bestemmingsplan, omdat het slechts gebruik ten behoeve van woondoeleinden toestaat. De verkoop van softdrugs kan daaronder niet worden begrepen.
Blijkens het handhavingsbesluit van 9 mei 2005 heeft het college aan het handhavend optreden onder meer ten grondslag gelegd dat de met het bestemmingsplan strijdige activiteiten een aanzienlijke verkeersaantrekkende werking en derhalve nadelige ruimtelijke effecten op de omgeving hebben.
Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
Vindplaats
Op rechtspraak.nl onder BA2199



