Delen
31 mei 2001

RvS: Ten onrechte vrijstelling verleend voor verstrekking niet-alcoholhoudende dranken. 

B en W hebben ten onrechte binnenplanse vrijstelling verleend voor verstrekken van niet-alcoholhoudende dranken. Vrijstellingsbepaling in bestemmingsplan is onverbindend wegens onvoldoende objectieve begrenzing van vrijstellingsbevoegdheid.

Instantie

Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak

Rolnummer

200004823

Wetsartikelen

WRO art. 10, art. 15.1.a

Beschrijving

B en W hadden bij het bestreden besluit hun besluit gehandhaafd, waarbij aan de Stichting Coffeeshop De Tuin een binnenplanse vrijstelling was verleend voor het verstrekken van niet-alcoholhoudende dranken op een perceel met de bestemming ‘Gemengde bebouwing’. De Rechtbank Almelo had het beroep van X. tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

De afdeling overweegt dat percelen met voormelde bestemming ingevolge (bijlage I bij) de bestemmingsplanvoorschriften zijn bestemd voor horecabedrijven, met dien verstande dat caf&eactute;- en cafetariabedrijven alleen zijn toegestaan voorzover deze zijn aangeduid op de plankaart en buiten deze aanduidingen door B en W kunnen worden toegestaan via het verlenen van een (binnenplanse) vrijstelling. Uit een oogpunt van rechtszekerheid moeten de planvoorschriften die een vrijstellingsbevoegdheid openen of nader regelen, een voldoende objectieve (kwantitatieve en kwalitatieve) begrenzing van deze bevoegdheid inhouden. Nu een dergelijke begrenzing in casu ontbreekt, is de onderhavige vrijstellingsbepaling onverbindend wegens strijd met art. 15, lid 1, sub a, WRO. B en W hebben dan ook ten onrechte binnenplanse vrijstelling verleend.

Vernietiging van de aangevallen uitspraak en van het bestreden besluit.

Vindplaats

  • De Gemeentestem, 151 (2001) 7149, 6