RvS: Terechte toepassing bestuursdwang bij niet gedoogde coffeeshop op basis van bestemmingsplan.
Terechte bestuursdwang-aanschrijving tot staking van gebruik van pand als koffieshop - waarvoor geen exploitatievergunning wordt verleend - wegens strijd met bestemmingsplan. Begunstigingstermijn van 15 minuten is te kort. Bevel tot sluiting van koffieshop op grond van artikel 174 Gemeentewet (dreigende aantasting van openbare orde) is in strijd met zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en berust op onvoldoende afweging van belangen. Vergoeding van door exploitant geleden schade is niet te laag vastgesteld.
Instantie
Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak
Rolnummer
H01.98.1174Wetsartikelen
Gemeentewet art. 174
Awb art. 3.2, art. 3.4, art. 3.46
Beschrijving
B en W hadden bij besluit van 15 mei 1996 X., onder aanzegging van bestuursdwang, aangeschreven om het gebruik van een pand als koffieshop - waarvoor geen exploitatievergunning wordt verleend - binnen 15 minuten te staken en daarna gestaakt te houden, omdat dit gebruik in strijd zou zijn met het ter plaatse geldende bestemmingsplan dat aan het betrokken perceel de bestemming ‘horecadoeleinden’ toekent. De burgemeester had bij besluit van gelijke datum de sluiting van het pand bevolen op grond van art. 174 Gemeentewet (dreigende aantasting van de openbare orde). B en W en de burgemeester hadden bij de bestreden besluiten van resp. 17 september en 23 september 1996 hun primaire besluiten gehandhaafdeling De Rechtbank Arnhem had het bestreden besluit van B en W vernietigd, voor zover daarbij de (volgens haar te korte) begunstigingstermijn van 15 minuten was gehandhaafd, en het beroep tegen dit besluit voor het overige ongegrond verklaard. Voorts had zij de gemeente veroordeeld tot vergoeding van de door X. als gevolg van de te korte termijn geleden schade ad f 2500,-. Het bestreden besluit van de burgemeester had zij vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en wegens een onvoldoende afweging van de belangen van X..
De Afdeling overweegt dat X. zich in hoger beroep uitsluitend richt tegen de door de Rechtbank uitgesproken schadevergoeding die volgens hem te laag is vastgesteld. Hij heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat hij door de door de Rechtbank uitgesproken veroordeling van de gemeente tot schadevergoeding tekort is gedaan. Verder bestaat geen grond voor het oordeel dat de Rechtbank ten onrechte heeft nagelaten om de gemeente daarnaast nog tot schadevergoeding te veroordelen n.a.v. de gegrondverklaring van het beroep tegen het besluit van de burgemeester, omdat van schade als gevolg van dat besluit niet is gebleken.
Bevestiging van de aangevallen uitspraak.
Vindplaats
- Deze uitspraak is niet gepubliceerd.
- Zie ook de uitspraak van de Afdeling van gelijke datum (nr. H01.94.1172) inzake (vrijwel) dezelfde partijen, gepubliceerd in De Gemeentestem (1999) 7103, 2 met noot van H.Ph.J.A.M. Hennekens.



